Projecten - &Flux
Toekomstbestendigheid en Continuïteit
  • Gemeente Utrechtse Heuvelrug
  • Gemeente Utrechtse heuvelrug
  • 2022
  • Anne, Jil, Sander

De Heuvelrug Gooi en Vechtstreek is een van de meest urgente gebiedsgerichte opgaven binnen de MRA als het gaat om toekomstbestendigheid en continuïteit. Effecten van klimaatverandering, intensivering van het landgebruik, verstedelijking, maar ook het feit dat functies, inrichting en water-bodemsysteem tot nu toe apart van elkaar benaderd worden zijn hiervan de oorzaak.

Om de toekomstbestendigheid te waarborgen is integraal handelingsperspectief nodig, dit wordt geboden door middel van een ontwerpend onderzoek. In een voortraject zorgt &Flux ervoor dat het ontwerpend onderzoek zo wordt opgezet, dat de beoogde impact ook echt wordt gerealiseerd.

Aanleidingen voor het ontwerpend onderzoek zijn onder andere het project ‘Resilience by Design’ en de verstedelijkingstrategie van de MRA. In het laatste staat dat onderzoek door het Rijk en de Regio naar toekomstbestendigheid in de Gooi en Vechtstreek door een integrale aanpak van het watersysteem in relatie tot functies en inrichting nodig is. Hoe zorgen we ervoor dat deze grote en complexe opgave zich vertaalt naar concrete handelingsperspectieven?

&Flux werkt met de regio Gooi en Vechtstreek, Waternet en het programma Metropolitaan Landschap van de MRA samen om ervoor te zorgen dat het benodigde ontwerpend onderzoek ook echt tot actie gaat leiden. Dat doen we door een scherpe probleemanalyse, het betrekken van stakeholders,  een goede positionering van het onderzoek en het organiseren van een brede coalitie van opdracht gevende partijen.

Op die manier ontstaat eigenaarschap bij zoveel mogelijk partijen die straks, na afronding van het ontwerpend onderzoek, met de uitkomsten aan de slag moeten. Wat vinden we belangrijk? Integraliteit: toekomstbestendigheid bereik je als de wisselwerking tussen functies, inrichting en bodem-watersysteem gelijkwaardig is.

De uitkomst: toekomstbestendigheid bereik je door concrete handelingsperspectieven te bieden die geborgd worden in bijvoorbeeld een gebiedsagenda en uitvoeringsprogramma.
Samen: toekomstbestendigheid is grensoverschrijdend en bereik je door samen te werken. We betrekken de stakeholders daarom zo vroeg mogelijk en bouwen gezamenlijk een coalitie.

Vliegen we straks op waterstof
  • Aviation Cluster Estonia
  • Estland
  • 2022
  • Leonoor, Mark, Petrus

Vliegen we straks op waterstof en is dit de kans om duurzame luchtvaart mogelijk te maken? Een kansrijke stap op dit transitiepad naar het gebruik van Sustainable Aviation Fuels is de ontwikkeling van ‘Power-to-Liquid’ brandstoffen. Dit type brandstof wordt gemaakt uit waterstof en CO2. 

Met het “Fit for 55” pakket aan verduurzamingswetgeving zet de Europese Commissie in op het behalen van de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs.  De luchtvaart speelt als sector een belangrijke rol in het behalen van de broeikasgasreductiedoelstelling van 55% in 2030. Om de sector richting te geven, heeft de Europese Commissie een EU-breed mandaat voor het bijmengen van duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) voorgesteld, evenals bijkomende verplichtingen voor luchtvaartmaatschappijen. Concreet betekent dit een  bijmengverplichting van 2% voor SAF tegen 2025, oplopend tot 5% in 2030, 32% in 2040 en 63% in 2050. De verwachting is dat de bijmengverplichting vanuit de EU 28% is in 2050. Om aan deze norm te voldoen is veel (groene) waterstof nodig. 

In deze context is Estland als lidstaat van de EU  op zoek naar een nieuwe economische propositie om fossiele hulpbronnen (zoals schalieolie en aardgas) uit te faseren. Begin vorig jaar (2021) ontwikkelde &Flux al met succes een breed gedragen waterstofstrategie voor de Port of Tallinn waarbij waterstof en daaruit gemaakte producten zijn gepositioneerd als een nieuwe economische propositie voor Estland. 

Het potentieel voor waterstofproductie uit hernieuwbare energiebronnen zoals offshore en onshore wind en zonne-energie in Estland is groot. Groene waterstofproductie biedt naast de productie van Sustainable Aviation Fuels ook kansen voor technologische innovatie en toepassingen om de luchtvaartsector in Estland klimaatneutraal te maken.  

Brancheorganisatie Estonian Aviation Cluster heeft &Flux gevraagd om een strategie met handelingsperspectief te ontwikkelen voor waterstoftoepassingen in de luchtvaart. Samen met publieke en private belanghebbenden werken wij een analyse en actieplan uit voor waterstof waarmee partijen in de luchtvaartsector aan de slag kunnen.  

&Flux doorgrondt de complexiteit van transities en de internationale waterstofketen. In onze aanpak brengen bij de markt en overheid bij elkaar door samen een gedeeld perspectief op de waterstofketen te ontwikkelen. Bijzondere aandacht in onze analyse gaat uit naar de economische haalbaarheid van waterstoftoepassingen in de Estlandse context.

Wij verliezen daarbij belangrijke internationale beleidsontwikkelingen zoals EU Taxonomy, Hydrogen Valleys en het nationale krachtenveld niet uit oog en creëren met onze aanpak waar mogelijk synergie tussen overheidsbeleid en strategie van marktpartijen.   

Wil je meer weten over dit specifieke project of hoe waterstof van toegevoegde waarde kan zijn voor uw organisatie?

Geen probleem!
Mark Zuyderwijk maakt graag tijd. 

Een toekomst zonder aardgas
  • Gemeente Westvoorne
  • Westvoorne
  • 2021-2022
  • Annebel , Wouter

Een toekomst zonder aardgas, daar bereiden de 4 gemeenten van Voorne Putten maken zich klaar voor. Afgelopen jaren zijn er een aantal onderzoeken gedaan om de alternatieven voor aardgas in kaart te brengen. De bevindingen zijn opgenomen in het rapport ‘Warmtetransitievisie Voorne-Putten’.

Doelstelling is dat in 2040 alle gebouwen op een alternatieve wijze worden verwarmd. Een geweldige doelstelling waar wij onze expertise graag voor willen inzetten.

De gemeente Westvoorne heeft &Flux de opdracht gegeven om haar te ondersteunen in het opstellen van een plan van aanpak voor het benutten van aardwarmte. Aardwarmte wordt gezien als een duurzame warmtebron die kan worden gebruikt ter vervanging van aardgas. Op deze manier kunnen we onder andere huizen voorzien van duurzame verwarming en warm water.

In de warmtetransitievisie Voorne Putten is de wijk Goudhoek in de gemeente Westvoorne als kansrijke wijk bestempeld om aardgasvrij te maken door inzet van aardwarmte.
Op ongeveer drie kilometer afstand van de wijk Goudhoek is een aardwarmtebron in ontwikkeling. Deze warmtebron zal in eerste instantie de lokale glastuinbouw gaan voorzien van duurzame warmte.

De initiatiefnemer –Duurzaam Voorne– heeft zich bij de gemeente gemeld om de overige warmte eventueel te leveren aan Goudhoek, en in de toekomst mogelijk ook andere wijken in Westvoorne. Dit is een mooie kans voor de gemeente om de gebouwde omgeving van het gas af te halen, maar vraagt ook om een weloverwogen aanpak.

&Flux zal de gemeente ondersteunen bij het opstellen van dit plan van aanpak waar onder meer uit blijkt:
– Wie de primaire spelers zijn in de casus en welke belangen zij hebben
– Welke processen er georganiseerd dienen te worden en hoe deze samenhangen
– Welke rol de gemeente kan/wil vervullen in de totstandkoming van deze transitie-kans
– Wat de haalbaarheid van de casus is
– Welke marktstrategie gevolgd kan worden voor het vormgeven van de warmteketen
– Welke besluiten (go/no go-momenten) de gemeente Westvoorne op welk moment moet/kan nemen

Ook met dit project en de nauwe samenwerking met gemeente Westvoorne, draagt &Flux bij aan de versnelling van de transitie naar een toekomstbestendige samenleving.

Meer weten over aardwarmte? In dit artikel kom je alles te weten.

Heb je ook een warmtevraagstuk?

Neem gerust contact op!

Zuid-Holland verduurzamen
  • Provincie Zuid-Holland
  • Zuid-Holland
  • 2021
  • Petrus, Thea

De provincie Zuid-Holland (PZH) kent een grote opgave als het gaat om het verduurzamen van de industrie, haven, glastuinbouwgebieden en andere (grootschalige) bedrijvigheid die zich binnen haar gebied bevinden. Al deze clusters zijn in de transitie om hun CO2-uitstoot naar beneden te brengen en in 2050 klimaatneutraal te kunnen opereren. Het afvangen van CO2 en het hergebruik hiervan (CCU) vormt één van de pijlers waarop deze beoogde CO2-reductie rust. Andere pijlers zijn bijvoorbeeld energiereductie, de opslag van CO2 (CCS) en elektrificatie.

CCU is mogelijk in vele vormen en groottes. Zo wordt er momenteel al zo’n 600.000 ton CO2 afgevangen bij Shell en Alco, en geleverd aan de glastuinbouw via het OCAP-netwerk. Hiermee wordt de stook van aardgas voor de opwek van CO2 bij de tuinders voorkomen. Maar CO2 kan ook worden vastgelegd in producten die een koolstofbasis nodig hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

  1. Mineralisatie van CO2 in beton, granulaten, etc.
  2. Productie van basischemicaliën op basis van CO2, zoals methaan, methanol en mierenzuur, t.b.v. plastics, kunstmest of chemicaliën
  3. Productie van synthetische brandstoffen, zoals DME en kerosine
  4. Productie van eiwitten voor diervoeding of voeding

Veel van bovenstaande technieken zijn nog in de onderzoeks-, demonstratie- of opschaalfase. Hiermee worden dan ook nog geen significante volumes aan CO2 omgezet in bruikbare producten. De technieken zijn echter onontbeerlijk om in de toekomst onafhankelijk te zijn van fossiele grondstoffen als koolstofbron.

Provincie Zuid-Holland wil graag een onderbouwd beleid formuleren op het gebied van CCU. Welke vormen van CCU leveren op de lange termijn echt significante resultaten op als het gaat om CO2-emissiereductie en het uitfaseren van fossiele grondstoffen? Welke elementen (koolstofbronnen, chemische platforms, technologieën) zijn hiervoor nodig en dragen bij aan de ontwikkeling van een effectief CCU systeem? En op welke elementen hiervan heeft de provincie (relatief) goede mogelijkheden tot incentivering? Mogelijkerwijs zijn deze elementen op de korte termijn nog niet zo effectief, maar dienen ze wel ontwikkeld en gestimuleerd te worden. Waar en in welke vorm zou de provincie dan op in moeten zetten in zijn beleid, subsidies en ander instrumentarium?

De vraag op welke CCU-technieken Zuid-Holland zou moeten inzetten om te verduurzamen, is alleen te beantwoorden vanuit een multidimensionale benadering. Zowel milieutechnische (maximale CO2-emissiereductie en het uitfaseren van fossiele grondstoffen), als technologische (demonstratie, opschaling) en economische  (business case, verdienvermogen, exportkansen) aspecten zijn belangrijk. Ook bestaande en toekomstige regelgeving speelt een aanzienlijke aanjagende en/of beperkende rol. Onze aanpak richt zich op een integrale evaluatie van deze vier aspecten.

Om het handelingsperspectief voor de provincie te kunnen schetsen, moet deze inhoudelijke evaluatie vervolgens worden vertaald in de mogelijke inzet van beleid, subsidies en ander instrumentarium door PZH om kansen in Zuid-Holland voor toekomstbestendige CCU-ketens te verzilveren.

Onze visie delen we op in drie hoofdlijnen, namelijk klimaat, technologie en economie. We stellen dat alle drie de hoofdlijnen legitieme redenen geven om wel/niet te investeren in verschillende CCU-routes. Dit geeft PZH dus een verscheidenheid aan motieven om in te zetten op een bepaalde CCU-route. Uiteindelijk gaat het bij de vraag ‘waar kan de Provincie het beste op inzetten’ om een integrale afweging over deze drie dimensies. Tot slot gaan we nog in op de beperkende en/of aanjagende werking van bestaande en nieuwe regelgeving, zowel nationaal als Europees.

Meer weten over CCU? Kijk vooral eens op onze nieuwspagina en kom er alles over te weten!

Alles weten over CCU? Of heb je een hulpvraag?

Petrus helpt je graag!

Grip op stikstof!
  • Gemeente Zaanstad
  • Zaanstad
  • 2021- 2022
  • Annebel , Thea, Wouter

&Flux ondersteunt Zaanstad bij het oplossen van de problematiek rondom stikstof.
Gemeente Zaanstad staat voor een forse stedelijke ontwikkeling: 20.000 woningen bouwen, groeien naar 200.000 inwoners én de stad bereikbaar houden.

Door de huidige stikstofdepositie in de  omliggende Natura2000-gebieden, wordt de gemeente beperkt in deze stedelijke ontwikkeling. Woningbouw en het realiseren van infrastructurele projecten gaan daarnaast hand in hand; Zaanstad kan niet doorgroeien naar 200.000 inwoners als de infrastructuur blijft zoals deze nu is. 

Nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogen per saldo niet leiden tot extra stikstofdepositie. Sterker nog, op 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie in werking getreden, die verplicht stikstofdepositie te reduceren: 

  • In 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben;  
  • In 2030 minimaal de helft;  
  • In 2035 minimaal 74.

In de drie Natura2000-gebieden rondom Zaanstad wordt de stikstofdepositie ruim overschreden. Dit veroorzaakt slechte milieucondities voor de natuurwaarden en de biodiversiteit in die gebieden. Zaanstad heeft daarom, naast de stedelijke ontwikkelingen, ook de ambitie om deze landschappen te beschermen.  

Een aantal geplande stedelijke ontwikkelingen in de gemeente Zaanstad leiden tot extra stikstofuitstoot en -depositie. Diverse van deze projecten kunnen intern worden gesaldeerd en zodoende worden vergund. Een aantal woningbouwprojecten kunnen echter niet intern worden gesaldeerd, evenals een aantal mobiliteitsprojecten en industriële uitbreidingen. Daarvoor moet dus op een andere wijze stikstofruimte gevonden worden, of het project kan niet worden vergund. 

Het is voor Zaanstad noodzakelijk om concreet inzicht te krijgen in de bronnen van de huidige stikstofdepositie, welke van die bronnen beïnvloedbaar zijn door de gemeente en wat de feitelijke versus vergunde uitstoot is per individuele bron. De stikstofdepositie in de drie N2000-gebieden vindt momenteel voor het grootste deel haar herkomst uit industriële activiteiten in het buitenland (ca 30%), landbouw (ca 35%), wegverkeer (ca 10%), bewoners/consumenten (ca 9%) en lokale industrie (ca 4 à 6%). Overige uitstoot is afkomstig uit scheepvaart (5%), overig verkeer (2%) en ammoniak uit zee (5%); Plan van Aanpak stikstof Zaanstad. Hieruit blijkt dat de stikdepositie deels van buiten de gemeentegrenzen van Zaanstad komt (de uitstoot vindt ergens anders plaats), en dat Zaanstad dus niet in alle gevallen zelf kan sturen op het verminderen ervan.  

&Flux gaat daarom Zaanstad helpen om deze opgave het hoofd te bieden. Dit zullen we bewerkstelligen door middel van: 

  • Het ontwikkelen van een stikstof-tool;  
  • Organisatorische borging van het thema stikstof in de gemeentelijke processen;
  • Een basis leggen voor een gesprek met externe stakeholders over het stikstofdossier; 
  • Een overzicht maken van de (kosten)effectieve stikstofreductie maatregelen;
  • Een overzicht creëren van externe factoren die beïnvloed kunnen worden door lobby; 
  • Een (politiek-bestuurlijk) afwegingskader introduceren waarmee de gemeente in staat is om enerzijds prioriteiten te stellen in het reduceren van de stikstofdepositie en anderzijds de daarmee vrijgekomen stikstofruimte goed te kunnen toedelen, zodat de stedelijke ontwikkeling zo effectief mogelijk plaats kan vinden.  

Dit proces vertalen we naar een programmatische aanpak waarin vier programmalijnen zijn te onderscheiden, namelijk Mobiliteit, Industrie & bedrijven, Gebouwde omgeving en Agrarisch. Deze vier lijnen komen uiteindelijk uit in de vijfde programmalijn, namelijk de stikstof-tool. Aansluitend daarop zullen de lobby bij externe factoren en het afwegingskader gestart worden, wat resulteert in toe te delen stikstofruimte en de prioritering daarvan.  

Een mooi vraagstuk waar we de komende tijd dus flink druk mee zijn. Uiteraard zijn bevindingen en resultaten via onze kanalen te volgen. Wordt dus vervolgd! 

Neem contact op en stel je vragen!

Meer weten over dit project?

Klimaatbestendige nieuwbouw
  • Metropool Regio Amsterdam
  • Metropool Regio Amsterdam
  • 2021
  • Sander

In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) groeit het aantal inwoners en banen sterk. Hierdoor ontstaat steeds meer vraag naar woningen. Tussen 2016 en 2040 is er behoefte aan maar liefst 250.000 nieuwe woningen.
Hoe kunnen we die klimaatbestendige nieuwbouw bekostigen?

In het voorjaar van 2020 heeft de MRA het initiatief genomen om tot een ‘Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw’ te komen; een breed gedragen regionale set van afspraken om de woningbouwopgave, in de MRA en gemeenten in de provincie Noord-Holland die buiten de MRA vallen, klimaatrobuust te realiseren. Samen met gebieds- en ketenpartners is een stevige set van afspraken vastgesteld om dit doel te bereiken. Omwille van de hierop volgende fase van besluitvorming bij alle beoogde partners in deze samenwerking, is alleen het besef dat klimaatbestendig bouwen op de langere termijn veel meer baten met zich meebrengt (door vermeden schade en vermeden toekomstige kosten) niet voldoende.

Ook inzicht in de financiële consequenties van deze afspraken en ambities in het hier en nu is van belang. In juni 2021 heeft een aanscherping en uitbreiding van de basisveiligheidsniveau’s plaatsgevonden voor klimaatbestendige nieuwbouw MRA en is de intentieovereenkomst hernieuwd voorgelegd aan de gebiedspartners.

&Flux heeft in samenwerking met Arcadis deze financiële consequenties inzichtelijk gemaakt.

Door voor drie verschillende bodem- en watersystemen en drie verschillende wijktypologieën op de thema’s hitte, droogte, wateroverlast door extreme neerslag, biodiversiteit & natuurinclusiviteit en gevolgbeperking van overstromingen maatregelen te selecteren, is een goed beeld gekregen wat er voor nodig is om klimaatbestendig te bouwen. Op basis van deze maatregelenselectie is uiteindelijk een berekening gemaakt van de eventuele meerkosten. Door deze methode van werken zijn de maatregelen niet alleen van toepassing voor de MRA, maar ook voor de provincie Utrecht en de provincie Zuid-Holland, waar vergelijkbare afspraken over klimaatadaptief bouwen gelden.

De uitkomst: de meerkosten voor de maatregelen per nieuwbouwwoning bedragen 1200-2500 euro. Tegelijkertijd moeten er ook maatregelen in de openbare ruimte en in bestaande gebouwde omgevingen worden gerealiseerd. Op basis daarvan kan een ‘all-in’ prijs per hectare worden vastgesteld: 90.000 – 310.000 euro. Hierin zijn zowel de kosten per nieuwbouwwoning, de openbare ruimte en de bestaande gebouwde omgeving in opgenomen.

Het volledige rapport vind je hieronder.

Uniek: Samen maken we glastuinbouw klimaatrobuust!
  • Greenport Duin- & Bollenstreek
  • Trappenberg-Kloosterschuur
  • 2021
  • Michiel, Petrus

De Duin- en Bollenstreek is hét centrum van de wereldwijde bloemenbollenmarkt. De Greenport Duin- en Bollenstreek, verspreid over de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen, ziet een aantal belangrijke uitdagingen op zich afkomen de komende jaren.

Er is toenemende druk op de beperkt beschikbare ruimte en modernisering van de bestaande bedrijven is noodzakelijk. Daarom werken we er gezamenlijk aan om de glastuinbouw klimaatrobuust te maken!

In de Greenport bevinden zich drie glastuinbouwgebieden waarvan er maar één toekomstbestendig te maken is: Trappenberg- Kloosterschuur. In opdracht van de Greenport en in samenwerking met gebiedspartners en ondernemers werkt &Flux aan het programmamanagement van de ontwikkeling van Trappenberg-Kloosterschuur tot een toekomstbestendig glastuingebied.

Om clustervoordelen zoals gezamenlijke investeringen in energie-, water- en CO2-voorzieningen te behouden wordt nu ingezet op de transformatie van drie naar één glastuinbouwconcentratiegebied voor gespecialiseerd glas.

Vanuit de gedachte van de Greenport worden de uitdagingen gebiedsgericht opgepakt en zijn de ondernemers leidend. De gebiedspartners en tuinbouwondernemers beslissen zelf over de toekomst van het gebied.

Belangrijke thema’s waar de komende tijd aan gewerkt wordt zijn wonen, energietransitie, bestemmingsplan, ontsluiting en bedrijfsverplaatsingen.

&Flux is als programmamanager inhoudelijk bij elk thema betrokken en is gericht op het opzetten en borgen van optimale afstemming en samenwerking tussen de onderlinge programmaonderdelen. Door het leggen van deze complexe ruimtelijke puzzel dragen we bij aan een toekomstbestendige glastuinbouw.

Dit project is onderdeel van ons programma Duurzame Glastuinbouw. Meer weten over het programma? Klik hier.

Neem gerust contact op met Michiel!

Wil je meer weten over dit project, over onze aanpak of over dit thema?

Toekomstbestendig Bouwen in de Metropool Regio Amsterdam
  • Metropool Regio Amsterdam
  • Regio Amsterdam
  • 2020-2021
  • Michiel, Sander

Nederland staat de komende jaren voor een flinke bouwopgave. Tot 2030 moeten er een miljoen woningen bij gebouwd worden volgens onderzoek van CBS en NEPROM. Dat betekent concreet het zo veel mogelijk en zo snel mogelijk realiseren van woningen en het liefst ook nog zo betaalbaar mogelijk.

Tegelijkertijd speelt er ook nog een andere opgave: de transitie naar een duurzame samenleving. Een samenleving zonder fossiele energiebronnen, gebaseerd op een circulaire economie in een gezonde, klimaatrobuuste en kwalitatief goede leefomgeving. Een leefomgeving die over 50, 75 of 100 jaar ook nog van hoogwaardige kwaliteit zal moeten zijn.
Toekomstbestendig bouwen is dus een must!

Binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) geven we invulling aan deze twee opgaves door het ontwikkelen van een toetsingskader waarmee de bouw- en verstedelijkingsopgave in de MRA op een toekomstbestendige manier (circulair, energieneutraal, klimaatadapief, natuurinclusief, gebruikmakend van duurzame mobiliteitsconcepten en eventueel ook een gezonde leefomgeving) kan worden gerealiseerd met behoud van volume, snelheid en betaalbaarheid.

We zoeken in dit project samen met de MRA naar een breed gedragen kader van indicatoren en criteria op de genoemde thema’s. Dit wordt een kader waarmee alle 32 gemeenten binnen de regio op prestatieniveau kunnen gaan sturen.

Door middel van een brede analyse van wat er landelijk, in deze en in andere regio’s al aan methodieken en instrumenten bestaat, werken we toe naar een bruikbaar en herkenbaar kader. Op basis van deze inventarisatie werken we aan de hand van verdiepende sessies, verbredende sessies en een marktconsultatie toe naar een toetsingskader met ambitieniveaus die passen binnen de context van de MRA.

Het zijn uiteindelijk de ontwikkelaars, bouwers, installateurs en groenondernemers die de ambitie in de praktijk moeten brengen.

Overheden bouwen zelf niet. Daarom blijven we altijd scherp op de ontwikkelingen in de markt (industrialisatie, automatisering, digitalisering, modulair bouwen), de kansen en belemmeringen die daaruit voortvloeien en de implicaties van de ambities voor de ketensamenwerking. In dit project werkt het team van &Flux nauw samen met verschillende afdelingen binnen de MRA.

Samen met onze relaties complexe materie bruikbaar maken om op grote schaal impact te maken, daar krijgen we energie van!

Tip: Lees ook dit nieuwsartikel dat hier verder op ingaat!

Wil je meer weten over dit project, over onze aanpak of over dit thema?

Neem gerust contact op met Michiel!

Signaleringskaart Klimaatadaptatie
  • Provincie Noord-Holland
  • Noord-Holland
  • 2021
  • Leonoor, Jil, Sander

Klimaatadaptatie is voor velen geen onbekende term meer. De weersextremen worden steeds duidelijker, maar ook de noodzaak om ons hierop aan te passen is voor de meesten duidelijk. Ook gemeenten weten inmiddels dat er iets gedaan moet worden om een fijne en prettige leefomgeving te bieden aan haar inwoners. Zo ook de provincie Noord-Holland. Door de complexiteit van deze opgaven zijn wij gevraagd om de provincie hierin te begeleiden.

In de provincie Noord-Holland is klimaatadaptatie vastgesteld als één van de belangrijkste opgaven van gebiedsontwikkeling in de komende jaren. De provincie Noord-Holland heeft in een provinciale aanpak 2020 vastgelegd welke rol en opgave zij binnen klimaatadaptatie gaat innemen. De verbinding met andere opgaven binnen gebiedsontwikkeling, met name duurzame verstedelijking en mobiliteit, energietransitie en circulaire economie, en circulaire landbouw en biodiversiteit, staan hierin centraal. Klimaatadaptatie moet in al deze opgaven integraal worden meegenomen en gekoppeld om de provincie Noord-Holland klimaatrobuust en toekomstbestendig in te richten.

Hiervoor is het noodzakelijk de effecten en risico’s van het veranderende klimaat binnen de provincie beter te begrijpen en de risico’s naar een handelingsperspectief te vertalen. De risico’s die voortkomen uit het veranderende klimaat en relevant zijn voor klimaatadaptatie zijn veelzijdig; van hitte, droogte, waterbeschikbaarheid, waterkwaliteit, bodemkwaliteit, biodiversiteit en bodemdaling tot wateroverlast en overstromingen. Daarnaast zijn verschillende extreme klimaatscenario’s mogelijk in de tijdhorizon van 2050 en verder. Er is behoefte aan een ondersteunend instrument dat de urgentie van de risico’s inzichtelijk maakt, handelingsperspectief biedt en het maken van keuzes ondersteunt. De provincie denkt hierbij aan een ‘klimaatadaptatie signaleringskaart’ die invulling geeft aan deze behoeftes en de provincie ondersteunt in het klimaatrobuust en toekomstbestendig inrichten van gebieden.

De provincie Noord-Holland is van plan om dit instrument te laten ontwikkelen door een externe partij. Daarvoor is het nodig om scherp te formuleren wat het beoogde eindproduct moet zijn. Aan &Flux is gevraagd om hiervoor zowel een ‘vooronderzoek’ als de begeleiding van de opdracht voor het ontwikkelen van die klimaatadaptatie signaleringskaart te doen.

Deze zomer zijn wij voor de provincie Noord-Holland het vooronderzoek gestart. Tijdens dit vooronderzoek bevragen wij belanghebbenden vanuit verschillende gebruikersperspectieven welke inzichten het product zou moeten bieden. Denk aan het visualiseren van overstromingsrisico’s, wateroverlast, droogte, hittestress en bodemdaling in een gebied.

Het beoogde eindproduct gaat de provincie en haar gebiedspartners in de toekomst helpen om klimaat robuuste gebiedsontwikkeling in Noord-Holland vorm te geven.   

Wij zijn bijzonder enthousiast over deze vraag en hebben ons dan ook de volgende doelen gesteld:

  1. De klimaatadaptatie signaleringskaart ondersteunt de provincie in haar besluitvormingsprocessen en daarmee het concreet vormgeven van klimaat robuuste gebiedsontwikkeling, gekoppeld aan de andere spelende functies en transities die een plek moeten krijgen in Noord-Holland.
  2. De klimaatadaptatie signaleringskaart moet op overzichtelijke en gebruiksvriendelijke manier inzicht bieden in de verschillende risico’s, urgentie van deze risico’s en kansen in het gebied gerelateerd aan andere opgaven en functies. De signaleringskaart moet hierbij antwoord geven op de volgende vragen:

  • Welke verschillende risico’s voortkomend uit het veranderde klimaat spelen binnen de provincie en waar precies spelen deze risico’s?
  • Waar is de urgentie van de risico’s het hoogst en waar moet de provincie het eerste aan de slag?
  • Wat is de invloed en gevoeligheid voor verschillende klimaatscenario’s?
  • Waar liggen plekken die extra kwetsbaarzijn door een systeemrelevante functie?
  • Waar liggen de grootste kansen binnen de provincie en waar is raakvlak met de andere duurzaamheids- en gebiedsopgaven?
  • Waar komen risico’s en kansen samen?
  • Wat is de verwachte effectiviteit van maatregelen op verschillende plekken?
  • Wat zijn concrete handelingsperspectieven op verschillende plekken?


Zodra deze doelen zijn behaald en vragen beantwoord kunnen we wel zeggen dat we een uniek product hebben neergezet.

Dus: wordt vervolgd!!!!

Heb jij ook een vraagstuk over klimaatadaptatie?

Schroom niet en neem contact op!
Geen vraag is ons te gek.

Wood Loop emballagesysteem voor kleine meubelindustrie
  • CBM
  • Rotterdam
  • 2021
  • Michiel, Mark

In ketenverband en in de nabije toekomst nationaal wil Koninklijke CBM als branchevereniging voor de meubelindustrie & interieurbouw industriële hout afvalstromen gaan ophalen bij de MKB-bedrijven. CBS heeft een aantal van ruim 9100 geregisterde bedrijven zien binnen de sector, waarvan zeker 8500 bedrijven kleiner zijn dan 10 fte. In 2020 hebben wij voor CBM een onderzoek gedaan naar plaatmateriaal, reststromen hout en circulaire kansen in de sector. Hieruit bleek dat 18% van de totale hout afvalstroom wordt afgevoerd als industrieel afval.

Als oplossing is CBM met Wood Loop gekomen, een digitaal emballagesysteem voor kleine meubel- en interieurbedrijven. Met dit (regionale) pilotproject gaat CBM met name de kleinere meubel- en interieurbouwbedrijven (1-10 fte) gaan ontzorgen met hun productieafval door:  

  • Afvalmanagement en inzicht,  
  • Verduurzaming en verduurzamingspotentieel (circulariteit) zichtbaar te maken,
  • Bewustwording te creëren en gedrag aan te passen door beter te scheiden bij de bron,  
  • Een kosteneffectief systeem op te tuigen, waarbij logistiek anders ingezet wordt.

Door deze collectieve en grootschalige aanpak heeft het ook een economische en ecologische impact. Het totaal wat we via dit systeem in de toekomst nationaal uit de markt kunnen halen vertegenwoordigd ruim 50% van de totale houtafvalstroom (60 kton) binnen onze sector. Doordat we ervoor zorgen dat de stromen zuiver gescheiden worden (in recyclebare en niet-recyclebare fracties) kunnen we sturing geven aan de zogenaamde R-strategie. Spaanplaat (= recyclebaar) gaat schoner terug naar de producent, en MDF (= niet-recyclebaar) zal via bijvoorbeeld pyrolyse, torrefractie alsnog meer opleveren dan verbranding (=referentiecase).  

Doordat het emballagesysteem gedigitaliseerd wordt d.m.v. QR-codes wordt er op termijn een database opgebouwd. Daardoor ontstaat meer inzicht over de herkomst, de hoeveelheden van elke (sub) stroom, en de kwaliteit. Omdat het van een fijnmazige decentrale inzameling naar een grootschalige centrale collectie en verwerking gaat kan het systeem ook als een systeemverbinder (matching, broker) gezien worden in de toekomst. Doordat het bij de branchevereniging is ondergebracht zal de neutraliteit hiervan ook gewaarborgd zijn.  

&Flux is gevraagd om gedurende deze pilot mee te helpen met het organiseren ervan en daarnaast te werken aan de business case van het Wood Loop systeem. Om het systeem een duurzame toekomst tegemoet te laten gaan moet uitgezocht worden wat het kost en wat het kan opleveren. Dit gaan we doen middels het uitwerken van een business case, het in gesprek gaan met afzetmarkten voor de reststromen. Vanuit hier werken we toe naar een investeringsbesluit om te bepalen wat nodig is om van de pilot een definitief geïmplementeerd systeem te maken.  

Wil je meer weten over dit project of juist dit specifieke thema? 

Geen probleem!

Mark maakt graag tijd voor je. 

Volg ons op: