Het waterschap als ruimtelijke autoriteit
Wietse Visser in de nieuwste editie van Water Governance Tijdschrift!
Onze collega Wietse Visser schreef samen met Flip Witte het artikel ‘Het waterschap als ruimtelijke autoriteit’. Daarin laten zij zien waarom water en bodem niet alleen een randvoorwaarde zijn, maar het vertrekpunt moeten zijn voor ruimtelijke keuzes. Dat vraagt om een sterkere rol voor het waterschap: niet als uitvoerder aan het einde van het proces, maar als volwaardige gesprekspartner vanaf het begin Lees hier het volledige artikel.
Waterschappen zijn het oudste bestuursorgaan van Nederland. Eeuwenlang hielden zij het water in toom. Zij zorgen voor onze droge voeten en schoon water. Met molens, gemalen en dijken maakten ze land bruikbaar. Van waterschappen werd verwacht dat zij elk plan mogelijk konden maken. Lange tijd lukte dat ook: wilde je landbouw, dan verlaagde je het peil. Wilde je bouwen, dan pompte je het water weg. Dat model heeft Nederland veel gebracht. Maar dit werkt niet meer zo.
De verzilting neemt toe. Zout verdringt zoet water en beschadigt landbouwgrond. Op klei- en veengrond zorgt ontwatering voor bodemdaling. Daardoor komt CO₂ vrij en ontstaat er schade aan huizen en infrastructuur. Droge zomers zorgen voor meer watergebruik om gewassen te beregenen. Hierdoor daalt de grondwaterstand en vallen beken droog. De kwaliteit van de bodem en het grondwater gaat achteruit. Stoffen zoals PFAS kun je niet eenvoudig wegzuiveren.
Dit zijn geen problemen die we oplossen met een extra pomp of een hogere dijk. Ze dwingen ons om anders naar ruimte te kijken. Niet langer het water aanpassen aan onze plannen, maar onze plannen aanpassen aan het water. Dat betekent soms extensievere landbouw op droge zandgronden. Natte teelten in veengebieden. Water langer vasthouden in sloten en greppels. Bufferzones rond kwetsbare natuur. En soms ook accepteren dat een diepe polder niet eindeloos droog kan blijven.
Toch ligt de nadruk nu nog vaak op technische oplossingen achteraf. Waterschappen investeren miljarden in extra zuivering om te voldoen aan strengere Europese regels voor stedelijk afvalwater. Dat is nodig voor de waterkwaliteit. Maar diezelfde regels benadrukken ook het belang van een gezond ruimtelijk watersysteem en het voorkomen van vervuiling aan de bron. Die samenhang zie je nog te weinig terug in ruimtelijke plannen. Daardoor blijven we vooral problemen herstellen, in plaats van voorkomen.
Dit zijn maatschappelijke keuzes. Ze raken eigendom, verdienmodellen en woonlocaties. Maar als we ze niet maken, schuiven we de rekening door. De kosten van bodemdaling, funderingsschade en mislukte oogsten verdwijnen niet. Ze stapelen zich op. Financieel en sociaal.
In het regeerakkoord staat opnieuw dat water en bodem sturend moeten zijn bij ruimtelijke ontwikkeling. Die lijn is verder uitgewerkt in de beleidsbrief Water en Bodem Sturend. Toch klinkt het sinds 2022 soms vooral als een beperking. Als een lijst van wat niet meer mag. Dat is een misverstand. Water en bodem helpen juist om vooraf betere vragen te stellen. Is deze woonwijk hier verstandig? Past dit bedrijventerrein bij het watersysteem? Is deze vorm van landbouw hier houdbaar? Dat is nodig om toekomstige schade en hoge kosten te beperken. De vraag is daarom niet meer of water en bodem sturend moeten zijn, maar of we daar ook echt naar handelen.
Ruimtelijke plannen ontstaan aan tafels waar bestuurders, ontwikkelaars en planners samenkomen. Als water bepalend is voor de toekomst van een gebied, hoort het waterschap volwaardig aan die tafel. Niet pas als uitvoerder in de laatste fase, wanneer de lijnen al getrokken zijn. Maar vanaf het begin, als medeontwerper van ruimtelijke keuzes. De Omgevingswet vraagt dat overheden als één overheid samenwerken aan ruimte, water, natuur en bodem. Daar moeten ook de waterschappen capaciteit voor vrijmaken. De kennis van het waterschap over water en bodem moet én kan eerder en zwaarder mee worden genomen in plannen voor wonen, landbouw en infrastructuur.
Dat vraagt moed. Van het waterschap om zijn rol in de ruimtelijke ordening te benutten. Van gemeenten en provincies om die rol te erkennen. En van het Rijk om richting te geven aan een geleidelijke transitie naar een robuuster en natuurlijker watersysteem. Zodat kortetermijnbelangen niet telkens winnen van langetermijnveiligheid. Bouwen in een polder waar structureel ruimte voor water nodig is, lijkt vandaag misschien efficiënt. Morgen kan het een kostbare vergissing blijken. De keuze is eenvoudig. Of we laten het watersysteem echt sturen. Of het watersysteem gaat ons dwingen. Als we de realiteit negeren, laten we de rekening oplopen. En uiteindelijk betaalt iedereen.
Door Wietse Visser, Adviseur Water bij &flux en Flip Witte, Ecohydroloog