Nieuw onderzoek: Toekomstbestendig groenbeheer
Groen in de stad is onmisbaar. Het zorgt voor verkoeling tijdens hete zomers, vangt overtollig regenwater op en biedt een thuis aan veel planten- en diersoorten. Maar om deze functies te kunnen blijven vervullen, is écht goed en veerkrachtig beheer heel belangrijk. Samen met Arcadis, overheden en marktpartijen onderzochten wij vanuit de GIOS Leeragenda 2.0 hoe gemeentelijk groenbeheer kan meebewegen met klimaatverandering, biodiversiteitsdoelen en stedelijke verdichting. Zo maken we groenbeheer klaar voor de toekomst.
Vanuit de GIOS Leeragenda 2.0 (Groen in en om de Stad) publiceren wij in samenwerking met Arcadis het nieuwe eindrapport:
In dit onderzoek verkennen we hoe we het huidige gemeentelijke groenbeheer kunnen omvormen naar een waardegestuurde, klimaatrobuuste en effectieve aanpak.
Knelpunten in het huidige groenbeheer
Lange tijd is gemeentelijk groen vooral doelmatig beheerd op basis van beeldkwaliteit (zoals de traditionele CROW-systematiek) of vaste onderhoudsfrequenties. Deze traditionele methoden richten zich primair op netheid en veiligheid, maar houden nauwelijks rekening met ecologische kwaliteit, bodemgezondheid of klimaatadaptatie.
Daarnaast lopen gemeenten aan tegen een aantal hardnekkige knelpunten:
- Kloof tussen beleid en beheer: Groenbeheerders en groenvoorzieners worden vaak pas aan het einde van een gebiedsontwikkeling betrokken, wanneer plannen al vaststaan.
- Financiële druk: Terwijl het groenareaal groeit, blijven beheerbudgetten vaak achter. Voor beheer en onderhoud wordt veel moeilijker dekking gevonden dan voor de initiële aanleg.
- Tekort aan actuele data: Er is vaak wel inzicht in het aantal bomen, maar veel minder in de vitale kwaliteit en werkelijke functionaliteit van overige beplanting.
- Klimaatstress: Zomereiken en traditionele beplanting krijgen steeds vaker te maken met extreme droogte, hitte én langdurige natte periodes.
Wat is toekomstbestendig groenbeheer?
In het rapport definiëren we toekomstbestendig groenbeheer als volgt:
“Een aanpak voor openbaar groen waarbij inrichting, onderhoud en beplanting doelgericht worden afgestemd op de specifieke doelstellingen en functies van het desbetreffende groenvak. Het beheer richt zich op het versterken van biodiversiteit en het creëren van een veerkrachtig groenareaal dat kan meebewegen met én de gevolgen kan opvangen van klimaatverandering.”
De 5 pijlers voor vernieuwing
Om deze omslag te maken, onderscheidt het onderzoek vijf concrete pijlers:
- Aansluiting beleid & beheer: Betrek de groenprofessional direct vanaf de ontwerpfase. Stuur in contracten niet op frequentie of ‘schoon/heel/veilig’, maar op de ecologische waarde en de maatschappelijke functie van het plantvak.
- Data & monitoring: Breng zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het groen in beeld. Stuur op KPI’s die de werkelijke vitaliteit en functie van het groen meten.
- Kennis: Zet in op vakmanschap, variatie in beplanting (balans tussen inheemse en klimaatbestendige soorten) en natuurvolgend beheer.
- Integrale bekostiging: Koppel beheerbudgetten direct aan de groei van het groenareaal. Bekijk investeringen vanuit de Total Cost of Ownership (TCO) en combineer middelen uit andere domeinen zoals water, gezondheid en klimaatadaptatie.
- Communicatie & participatie: Leg uit waarom beheer verandert. Extensiever maaibeheer of een meer natuurlijke uitstraling vraagt om heldere communicatie richting bewoners om draagvlak en mede-eigenaarschap te vergroten.
Praktische stappen naar uitvoering
Het rapport reikt gemeenten en marktpartijen een concreet stappenplan aan:
- Voor het bestaande areaal: Voer een 0-meting uit op basis van functies (bijv. hittereductie, biodiversiteit, opvang van water). Vervang of herstel groenvakken die niet naar behoren functioneren.
- Voor nieuwe uitbreidingen: Neem beheerbaarheid en meerjarige exploitatie direct mee in de planvorming. Maak gebruik van innovatieve contractvormen zoals Green-as-a-Service of langjarige prestatiecontracten.
Benieuwd naar het volledige rapport?
Wil je meer lezen over de inspirerende praktijkvoorbeelden uit onder meer Rotterdam, Utrecht, Almere en Breda, of direct aan de slag met het stappenplan?